Het verleden gevangen in woorden – Nieuwerbrug herinnert door de ogen van Dick van Dam opgetekend door Marlien van Leeuwen

Nieuwerbrug: Je gooide je geld zeg maar in het water…

Piet met de baard was boer aan het Weijland van Nieuwerbrug. In 1896 leende hij 10.000 gulden van de welgestelde Bodegraafse weduwe Batelaan. Met dat geld kon hij voor zijn nageslacht aan de overkant van de weg, aan de Oude Rijn, een woonhuis laten bouwen met een meelfabriek en een houtzagerij. Zo had zijn zoon, Dirk met de witte klompen, het hele jaar door werk. In het voorjaar, wanneer de koeien door het kalveren bijgevoerd moesten worden en er dus weinig te melken viel, draaide de meelfabriek op volle toeren. En in het najaar, wanneer het hout de hele winter over in alle rust had kunnen drogen, de houtzagerij. In die tijd waren er vijf houtzagerijen in Nieuwerbrug. Allemaal hadden ze hun bedrijf aan de Oude Rijn: de waterweg die voor de aan- en afvoer van de bomen en het wateren zorgde.

Het woonhuis van Dick van Dam, de zoon van Dirk met de witte klompen, lijkt op een boerderij. De dorpstimmerman had kennelijk twee bouwtekeningen van woonhuizen. Eén van een daggelderhuisje en één van een boerderij.
Op het moment dat Dick zo rond zijn veertiende bij zijn vader in dienst kwam, moest hij zorgen dat de zaagmachines steeds hout hadden En op- en aflatten, vakjargon voor het klusje van de jongste bediende. Schooljongens die een centje bij moesten verdienen haalden het ijzers zoals spijkers en dergelijke uit de bomen, zodat de zagen niet bot zouden worden.

Dick van Dam vertelt over de wereld van de houtzagerij van weleer. Vanaf het moment dat zijn vader de bomen ging uitzoeken in bepaalde percelen bos: “Soms bomen van de gemeente Amsterdam, soms bij Slot Loevestein vandaan, maar ook uit bossen in Frankrijk. De koop ging per inschrijving of handjeklap. Was de koop beklonken, dan werden de bomen gemerkt met je eigen merk.’’ Dick laat twee merkhamers zien. Een stevig houten handvat met een ijzeren gedeelte waar de letters DCVD (Dirk Cornelis Van Dam) in spiegelschrift op staan. De ander met zo’n zelfde hamersteel, maar dan met een ijzeren cirkel met cijfers in spiegelschrift erop. Met kracht werden de letters en bijbehorende cijfers in het hout geslagen. De nummers correspondeerden met de maatlijst van de partij die ingekocht was.

De bomen werden gerooid en per schip vervoerd. Eenmaal bij de houtzagerij afgeleverd, moesten de stammen wateren. Dick legt de reden uit: “Door de jongste jaarringen stromen de groeistoffen. Hoe verder naar de buitenkant van de stam, des te droger het hout. Zaag je een boom direct door tot planken dan trekken ze krom. Want het binnenste gedeelte heeft langer nodig om te drogen dan de buitenkant. Daarom werden ze gewaterd. Het water uit het veengebied, dat in de Oude Rijn gepompt werd, is in verhouding vrij zuur. En dat maakte dat het hout mooi blank werd.

De houtzagerijen gooiden hun geld, zeg maar, in het water en daar bleef het dan liggen, naar gelang de dikte van de stam. Zo werden ze één tot anderhalf jaar gewaterd. Voor de langere stammen pachtten we de buitenbochten van de Oude Rijn. Bij restaurant de Witte Wimpel en ook bij het Fort Wierickerschans lagen er zoveel dat je over de stammen kon lopen. Naarmate de stammen zich volzogen, zonken ze. De langste stammen lagen net buiten de vaargeul. Met palen met witte koppen boven het wateroppervlak werden ze afgepaald. Zo wist de scheepvaart waar er gewaterd werd.”

Dick van Dam had twee, door dieselmotoren aangedreven, zaagmachines. Eén die stammen met een diameter van 125 cm kon zagen en een voor stammen van 75 cm. Het zaagsel, zeker dat van de eiken, werd in zakken gedaan voor de palingrokers. “Het werd geruild voor een maaltje paling;” een goeie deal, volgens Dick.

De bomen, eenmaal tot balken of planken gezaagd, werden opgelat om te drogen. Tussen de balken of planken werden kleine latjes gelegd, zodat de wind er goed tussendoor kon waaien. De boel moest op stok staan vóór de kortste dag van het jaar. Zodat het in de vochtigheid van de wintermaanden in alle rust kon drogen. Het voorjaar was vaak te droog, waardoor de buitenkant sneller droogde dan de binnenkant. Dat veroorzaakt scheurtjes in de bovenkant van het hout, waardoor het niet meer netjes afgewerkt kon worden. Als het eenmaal droog was, ging het naar de loods voor de verkoop; hoofdzakelijk meubelfabrikanten, carrosserie- en wagenbouwers. Aan de laatsten werden vooral iepen verkocht. Iepenhout heeft een hoge splijtvastheid en laat zich goed bewerken. Het is wel gevoelig voor houtworm. Maar zolang het rolde, ging het goed. Houtworm houdt niet van dat gehorrel; dan laat het zich uit het hout vallen.

Op de vraag of er ook foto’s van de houtzagerij zijn, is het antwoord simpel. “Wat moest je er fotograferen?” “Er moest gewerkt worden!” Er zijn er gelukkig wel een aantal. In scène gezet door een oud-werknemer voordat de houtzagerij definitief werd afgebroken.

 

Op de kaart

Logo Buitengewoon Bodegraven-Reeuwijk

Buitengewoon, dat vinden wij een mooie omschrijving van onze dorpen binnen Bodegraven-Reeuwijk. Hier vind je rust en ruimte in een prachtige natuur met veel groen en water. De mooiste plekken voor recreatie met het hele gezin en activiteiten met groepen. Heerlijk in de buitenlucht kun je genieten van een lang weekend weg of een vakantie in eigen land in het Groene Hart, één van de mooiste plekjes in Nederland.

Bodegraven-Reeuwijk heeft veel mogelijkheden voor recreatie, wandel- en fietsroutes, een museum bezoeken, winkelen, lekker uit eten of een gezellige avond uit. Hier vind je leuke winkels, gezellige grand cafés en uitstekende restaurants. Je kunt genieten van streekproducten van de boerderij tot een biologische high tea. Elk dorp heeft zijn eigen historie en een eigen karakter. De sfeer is goed en de mensen zijn vriendelijk. Voel je welkom!

© 2024 Buitengewoon Bodegraven-Reeuwijk