Het verleden in woorden gevangen – Reeuwijk-Dorp herinnert door de ogen van Herman Ballering opgetekend door Marlien van Leeuwen

Reeuwijk-Dorp: Ik was ‘der Schriftenmahler’…

 

Mijn vader was een zoon van een arme schoenmaker,” begint Herman Ballering zijn verhaal. “Hij had een oogje op Bets Vermeulen, een welgestelde boerendochter. Onoverkomelijk in die tijd, maar toch, op voorwaarde dat hij een eigen schildersbedrijf zou beginnen mocht hij haar ten huwelijk vragen. En zo nam hij het schilderbedrijf van Gijs Hoogeveen in Reeuwijk-Dorp over op 1 februari 1920. Pa Bal trouwde op 6 november 1923 met zijn Bets. Als Herman zijn verhaal verteld bestaat het schildersbedrijf ruim 92 jaar.

 

Herman beschrijft ‘het dorp’ van zijn tijd: “Er lag nog geen asfalt, lintbebouwing naast de onverharde wegen met grind. Aard Peukie was onze buurman en tegenover ons woonde Kees de Hazenlip.” Alle kinderen werden vernoemd. Het oudste naar zijn ouders, de tweede naar haar ouders vervolgens werden daar combinaties van gemaakt en regelmatig werd een suikeroom of tante vernoemd. Zo liepen er heel wat Jannen, Kezen en Marietjes rond. Om ze uit elkaar te houden had vrijwel iedereen een bijnaam. We voetbalden op het pleintje en als de bal in de sloot kwam probeerde je die met steentjes weer naar de kant te krijgen. Het was zo’n gummie balletje. Achter bij ons was er prikkeldraad, iedere keer die bal kapot. Ja hoor, we hadden tijd om te spelen. Op mijn vraag of hij wel eens kattenkwaad uithaalde geeft hij bedachtzaam antwoord; “Nee, eigenlijk niet. We gingen slootje springen, brandje stichten, zwemmen in de put van ome Arie. Weet je waar dat is? Als je op het kerkhof staat en je kijkt recht naar achter… ’s Avonds speelden we wegkruippie. We haalden schillen op en brachten die dan naar de Wit. Thuis hadden we de schillen gewogen maar bij Willem de Wit woog het altijd minder. Hij hield zijn knie onder de zak, zo wisten we later. Vandaar het verschil in gewicht! We kregen er een paar centen voor. Daar kochten we drop of gelukstoffees voor bij Huiden of Jan van Vliet. We zochten ook naar centen onder de kerkbanken. En soms had je geluk!

 

Op 1 april 1931 kwam ik bij de zusters op school. Ik was de jongste van de klas. Jongens en meisjes, zo’n 26 kinderen in totaal. Aan de ene kant van de klas de jongens en aan de andere kant zaten de meisjes in de banken. Daar zat je met zijn tweeën in. De tafel en bank zaten aan elkaar vast.  We hadden een inktpotje en schreven met een kroontjespen. En kleurpotloden. Maar ik was niet zo’n ster in kleuren. We deden dat hooguit een halfuurtje per week. Zingen ook, niet meer dan een half uurtje.” Op mijn vraag wat er zoal gezongen werd, zingt Herman spontaan een Maria liedje. “Ook van Zwarte Piet hoor, och daar was ik zo bang voor. Zo’n zuster met zo’n zwarte bombakkes voor. Het Sinterklaasfeest werd op zaterdagmiddag gevierd in de gymzaal (Amicitia). Binnendoor vanuit de school kwam ze dan de gymzaal in. Ik kan mij Sinterklaas niet herinneren, maar zíj! Ze had zo’n zwartepiet achtig pak aan maar wel met een rok. Ik vond haar zo eng, je zag haar gezicht niet en ze liep met een karwats in haar hand. Ze sloeg niet hoor., maar toch. We kregen chocolademelk en een pakje met wat moppen en suikergoed. Waar we wel een hele dot liedjes voor moesten zingen! Het duurde een paar uur en dan mocht je weer naar huis.”

 

“Mijn moeder had een hulp en mijn vader een paar knechten. Ik ben in de welvaartstijd geboren, 18 september 1924. De crisistijd begon eind 1929 tot de oorlog kwam. Een vreselijke tijd, er werd totaal niets verdiend en er waren wel negen kinderen in ons gezin! Hoe ze toch rondkwamen? Het huis verzwaren, mijn vader had  4.000 gulden extra hypotheek op het huis gekregen. Later heeft hij nog een paar duizend gulden van opoe moeten lenen. Hij schilderde een hele boerderij voor 125 gulden en dat werd in tien termijnen afbetaald.

 

Vanaf 1 april 1937, ging Herman naar de ambachtsschool in Gouda. Daar leerde hij het schildersvak. Twee jaar later kwam hij, als 14 jarige bij zijn vader in dienst. “Veertien jaar en als eerste klusje hing ik samen met mijn vader de markiezen voor de ramen van de pastorie op het dorp van pastoor Hakkeling. Jonge, jonge het was levensgevaarlijk. Ik ging met die markiezen op de ladder naar boven en mijn vader maakte ze dan vanuit de pastorie vast. Tegenwoordig zou er een hoogwerker aan te pas komen.

 

Schilderen, behangen en glas zetten voor hun klanten in Reeuwijk en Boskoop. ‘Zeg Ballering,’ zeiden ze tegen mijn vader, ‘je moet Giro nemen dan kunnen we je zo betalen.’ We zijn begonnen met een handkar. Als er klusjes in Gouda waren bracht de bode, voor anderhalve gulden, de ladder er met een bodeauto (vrachtwagen) naar toe. Wij op de fiets erachter aan. Op 10 mei 1940 brak de oorlog uit. Op 14 mei 1940 was ik samen met mijn vader bij Jan Vermeulen in Randenburg aan het schilderen en dwarrelden er stukjes verbrand papier door de lucht. De zon verduisterde door het bombardement op Rotterdam! Vanaf de Reewal kon je de brand in Rotterdam zien. ’s Avonds de capitulatie. Op zondag 19 mei zijn we met vier jongens van 15 jaar naar de Grebbeberg gefietst. Zo even heen en weer, onze ouders wisten van niets, die zaten op een verjaardag. Het rookte nog waar ze gevochten hadden en overal zag je bergjes waar de jongens begraven lagen. In ’43 moest ik naar Duitsland. Arbeitseinsatz. Gedwongen meewerken in de Duitse oorlogseconomie van arbeiders uit de bezette gebieden. Ik kwam te werken in een vliegtuigfabriek in Kassel. Ik was ‘der Schriftenmahler’ en schilderde letters en hakenkruizen op de vliegtuigen. Soms maakten we dagen van 36 uur. Niet dat er dan ook altijd wat te doen was maar je moest er zijn en mocht niet naar bed.”

 

Bij het schildersbedrijf van mijn vader kregen we na de oorlog twee solexen. Later in 1965, toen had ik het bedrijf samen met mijn broer Cor al overgenomen, kochten ze een Opel Kadett voor 4200 gulden. Waarom kopen jullie niet gewoon een bakfiets was het commentaar van mijn vader. Vanaf 1996 heeft Richard, de jongste zoon van Herman het schildersbedrijf overgenomen.

 

 

Op de kaart

Logo Buitengewoon Bodegraven-Reeuwijk

Buitengewoon, dat vinden wij een mooie omschrijving van onze dorpen binnen Bodegraven-Reeuwijk. Hier vind je rust en ruimte in een prachtige natuur met veel groen en water. De mooiste plekken voor recreatie met het hele gezin en activiteiten met groepen. Heerlijk in de buitenlucht kun je genieten van een lang weekend weg of een vakantie in eigen land in het Groene Hart, één van de mooiste plekjes in Nederland.

Bodegraven-Reeuwijk heeft veel mogelijkheden voor recreatie, wandel- en fietsroutes, een museum bezoeken, winkelen, lekker uit eten of een gezellige avond uit. Hier vind je leuke winkels, gezellige grand cafés en uitstekende restaurants. Je kunt genieten van streekproducten van de boerderij tot een biologische high tea. Elk dorp heeft zijn eigen historie en een eigen karakter. De sfeer is goed en de mensen zijn vriendelijk. Voel je welkom!

© 2024 Buitengewoon Bodegraven-Reeuwijk